Jan van Tol

Werkstuk Kunstgeschiedenis 1978/79
door zijn dochter Annette van Tol

ZIJN LEVEN

Jan van Tol werd geboren op 8 april 1929 te Rijswijk, als jongste van 5 kinderen.

De oorlog brak uit toen hij 11 was, maar erg veel indruk heeft dit niet op hem gemaakt. Wel waren er onvergetelijke momenten met bijvoorbeeld oudere broers die in dienst moesten en in de hongerwinter. Enkele jaren later ging hij naar de M.T.S.

Zijn vader had een haardenfabriek in Den Haag, waar Jan geacht werd in te gaan werken na zijn M.T.S. opleiding. Niet dat daar zijn grootste interesse naar uitging, want hij speelde liever piano. Maar zoals dat vroeger ging: waarom zou je een arme pianist worden, als je een goeie boterham in je eigen fabriek kan hebben! Er werd, vooral door zijn moeder, aandrang op hem uitgeoefend en zo ging Jan, na 's lands wapenrok uitgetrokken te hebben, de fabriek in. Hij was toen 21 jaar.

Daar leerde hij in de loop der jaren alle bewerkingen die de fabricage van haarden met zich meebracht. Later ging hij op pad naar de afnemers om de haarden te verkopen.

In 1954 huwde hij en ging wonen in Rijswijk.

Ondertussen speelde hij veel piano en luisterde hij veel naar muziek.

Hij hield het bij de fabriek 10 jaar uit, maar inmiddels was hij voor zijn plezier hout gaan draaien en voelde zich daarmee veel meer in zijn knollentuin.

Het huis in Rijswijk werd te klein voor al de machineriën en de houtopslagplaats die hij nodig had, dus ging hij op zoek naar een groter huis. Dat verd een boerderij in Enspijk: "Huize Kraaiendoorn". Hier was de grote stal een ruimte om er zijn werkplaats van te maken. De rest van het huis werd verbouwd en in 1966 nam hij, samen met zijn vrouw en 4 kinderen, er zijn intrek.

In de boerderij had hij alle ruimte om het houtdraaien te ontwikkelen. Hij maakte gebruiksvoorwerpen: schalen, armbanden, bakjes, kommen, kandelaars, enz. Een handelsreiziger kocht ze op en verkocht ze weer aan winkels en particulieren. Maar Jan wilde helemaal zelfstandig worden: de banden met de handelsreiziger werden verbroken en hij ging zelf op pad: kunstmarkten en galerieën.

Zijn technische opleiding kwam hem bij de problemen die zich voordeden in zijn nieuwe vak goed van pas. Hij bouwde een droogkamer om zijn materiaal op verantwoorde wijze te drogen en zocht uit hoe zijn werk daarna behandeld moest worden om scheuren te voorkomen.

Het resultaat is het 'vlek en zuur vrij' zijn van alle objecten die hij maakt. Naast deze technische behandeling, die het hout bestendig maakt tegen 4,5% verdund zoutzuur, heeft Jan zich ook op het esthetische vlak ontwikkeld. Hij heeft in de loop der jaren meer dan 50 verschillende houtsoorten verwerkt in zeer uiteenlopende objecten. Behalve gebruiksvoorwerpen als schalen, vazen en kandelaars, maakt hij ook wandobjecten en staande objecten.

Langzamerhand heeft hij al heel wat exposities in verschillende galeriën gehad over heel Nederland. Dit hoopt hij in de toekomst te blijven doen.


HET WERK

De verhuizing naar Enspijk heeft een nieuwe periode van werken ingeluid. Het heeft de hele technische en artistieke ontwikkeling van zijn nieuwe beroep mogelijk gemaakt.

Door gewoon proberen, het doen, is hij met vallen en opstaan gekomen tot het huidige werk. Er vas in die tijd (nu trouwens nog niet) geen echte opleiding voor houtsnijder. Jan is dus autodidact. Als ambacht bestaat het houtsnijden nog wel, al zijn de echte vakmensen op dit gebied met een lantaarn te zoeken. Jan begon met het draaien van deksels die gecombineerd werden met aardewerk. Later maakte hij ook schoteltjes, bakjes, potjes, eierdopjes, e.d., die een handelsreiziger verkocht. Opdrachten voor schalen, slabakken, bekers werden door deze man gegeven, waardoor Jan zich net in zijn levensonderhoud kon voorzien. De eenzijdigheid van de handel staat een kunstzinnige ontwikkeling in de weg en handelscontacten werken niet erg inspirerend. Dit maakte, dat Jan zelfstandig wilde gaan werken.

Toen er kansen kwamen om zich uit de greep van deze man te onttrekken, werd dat met beide handen aangegrepen. Jan kwam in contact met andere mensen, hij kreeg opdrachten van anderen, aanbiedingen voor kunstmarkten. Zo begon hij langzamerhand eigen baas te worden: hij kon zelf bepalen wat hij maakte en kon het zelf verkopen.

Hij ontwikkelde een techniek om het hout te drogen en te spuiten met een bepaalde lak, waardoor het hout waterterbestendig werd (hierover in het volgende hoofdstukje meer).

Er zijn in het werk twee dingen die direct opvallen: de goede techniek, het vakmanschap, waardoor de vormen het best uitkomen, en de strakke vormen, die versterkt vordt door de gave afwerking.

"De techniek", zegt Jan, "staat in dienst van de kunst: slechts met een goede techniek ben je in staat je eigen visie te vertalen, en zo duidelijk te maken aan andere mansen. Maar het is in de eerste plaats een levensbehoefte van de kunstenaar zich uit te drukken. Hoe, is afhankelijk van de persoon; voor mij is dat via de beeldende kunst. Een pianist die geen perfecte techniek heeft, kan een muziekstuk niet tot leven brengen, maar blijft steken in zijn onkunde. Echter een pianist die alleen de noten speelt maakt ook geen muziek. De kern, het wezen van het maken van muziek, is de combinatie van techniek en gevoel.

Via de techniek leer je een stuk kennen. Behalve het technisch te studeren, moet je je ook de geestelijke inhoud ervan eigen maken. Het eerste wat je moet kunnen is de basistechniek beheersen. Daarna moet je het beoogde doel nastreven."

Over zijn werk en kunst zegt hij het volgende:


"De vorm is de gestalte van de inhoud. Gestalte wil zeggen dat via de buitenkant ook het innerlijk kenbaar wordt. Dit innerlijk moet voldoende wezenlijke elementen bevatten, zoals schoonheid van beweging, verhoudingen van afmetingen. Dit zijn puur elementaire gevoelskwesties.

Een kunstwerk is geslaagd te noemen als het communicatie teweeg brengt tussen de kijker en het object, het kunstvoorwerp. Het moet iets te zeggen hebben, daarom moet er een inhoud zijn die wezenlijk van belang is.

Alleen de individuele benadering van de schepper, de maker is echt; alleen dan komt tot uiting wat in de kunstenaar leeft, wat hem beweegt tot het maken van zulke kunstvoorwerpen. Het speekt vanzelf dat dit alleen mogelijk wordt bij voldoende vakmanschap. Dit vakmanschap betekent niet alleen techniek, rnaar ook visie, vormkennis, persoonlijkheid, filosofie, want kunst is nooit eenzijdig. De gevoelsmatige ontwikkeling van iedere kunstenaar moet betrekking hebben op zijn eigen persoon."

Over de keuze van het materiaal:


"Zo'n keuze is niet toevallig, het is onstaan. Hout is mijn uitdrukkingsmiddel."

Enige aspecten van hout:

De weerstand is zo groot, dat je voldoende geloof in jezelf moet hebben om eraan te durven te beginnen. Behalve geloof moet ook het idee voldoende gerijpt zijn. Gerijpt zijn betekent dat zowel het voelen als het denken ver genoeg ontwikkeld moeten zijn. Bij een goede vorm is niet veel ruimte voor toevalligheden. Dit betekent dat je bewust moet werken. Maar natuurlijk is de materiaalkeuze een kwestie van persoonlijkheid."


VAN BOOM TOT KUNSTVOORWERP

Als je op het erf van onze boerderij al het hout ziet liggen, ruwe planken of boomstronken, vraag je je verwonderd af hoe je daar zulke mooie, gave voorwerpen uit kunt halen. Dat is uiteraard een heel proces, dat tijd en moeite kost om tot zulke resultaten te komen.

Het hout moet al tientallen jaren oud zijn, wil het genoeg volume hebben om er voorwerpen uit te halen. Hoe ouder de boom, hoe dieper en warmer de kleur van het hout. Takkensplitsingen, ziektes en ringen zorgen voor de mooiste tekening. Maar de manier waarop de tekening zichtbaar wordt op het voorwerp, is afhankelijk van de manier waarop het uit de boom gehaald is en de vorm van het voorwerp. Dit is iets wat je leert zien in de loop der jaren.

Van te voren bepaalt Jan wat er allemaal uit een bepaald stuk hout kan worden gehaald. Dan zaagt hij het hout in stukken, waarvan de grootte van het stuk correspondeert met de grootte van het eruit te halen voorwerp.

De verschillende stappen van boom tot kunstvoorwerp:

  1. Het stuk hout wordt 'voorgedraaid', dat betekent dat de grondvorm er heel grof wordt uitgesneden.
  2. Deze 'voorgedraaide' stukken worden gewaterd in een ton. Hierin circuleert het water, de cellen van het hout nemen het water op tot het volgezogen is.
  3. De kromstaande, grove vorm wordt uit de ton in de 'droogkamer' gestopt. Hierin wordt het hout gedroogd - wat de naam reeds doet vermoeden - door de vochtigheid van de lucht te verminderen d.m.v. verhitting waardoor ook luchtcirculatie onstaat.
  4. Nog krommer dan het al was komt het er na een paar weken uit. Nu kan het in de definitieve vorm gesneden worden.
  5. Werden de cellen van het hout in de ton helemaal volgezogen met water, in de droogkamer krompen de cellen weer tot 8% luchtvochtigheid. Het hout dat uit de droogkamer komt kan niet direct tegelijk verwerkt worden. Als het gevoon in de werkplaats zou liggen, zouden de cellen zich weer volzuigen met het water dat in de lucht zit, en dan kan je opnieuw beginnen met wateren en drogen. Het moet op een plaats bewaard worden waar het droog is. Zo'n plaats heeft Jan gemaakt: 'de klimaatkamer' .
  6. Nadat het hout zijn definitieve vorm gekregen heeft, wordt het gespoten met een drie-componentenlak. De bijna lege cellen nemen deze lak in plaats van water op, de lak wordt hard en kan niet meer verdampen zoals water. Kortom: het hout is 'uitgewerkt'.
  7. Als laatste stap wordt de eerste laag lak geschuurd en er komt nog een laag overheen. In totaal komen er drie lagen lak op en in het hout.

Dit is een simplificatie van de algemene bewerkingen die het hout ondergaan.

Maar deze stappen gelden niet voor alle soorten hout: bijvoorbeeld vruchtbomenhout moet wel gewaterd, buitenlandse soorten uit warme landen (Afrika, Amerika) moeten niet in de ton. Deze kunnen dus direct in de 'droogkamer', maar moeten weer op een andere plaats in de kamer liggen dan gewaterd hout. (Dit in verband met de luchtcirculatie en daarmee samenhangend de luchtvochtigheid op verschillende plaatsen binnen de kamer.)

De vierde stap van alle bewerkingen is de moeilijkste, omdat het hier om de vorm gaat. De vorm maakt het tot kunst, de afwerking onderstreept het.

De afwerking is voor oude stukken hout of hout waar knoesten in zitten, ingewikkelder. Zitten er namelijk zachte plekken in, dan moeten die eruit gepeu- terd worden; het gat ,wat onstaat wordt opgevuld met hars gemengd met houtstof. Kortom, elk voorwerp heeft een individuele behandeling nodig.

Ook het snijden is zeer verschillend: het ene hout is hard, het andere is taai, of zacht, splinterig of er zitten hardere en zachtere plekken in. Het hout draait rond en Jan snijdt het overtollige hout weg. Het is hetzelfde principe als een pottenbakker, met het verschil dat de pottenbakker de klei vervormt en een houtsnijder het teveel aan hout wegsnijdt. De fout van de houtsnijder is dus onherroepelijk, want het hout wat weg is kan je er niet meer aan plakken, je kan er hoogstens een andere vorm van maken als je geluk hebt. Een pottenbakker duwt de klei in elkaar en kan weer overniew beginnen. Het is dus zaak precies te weten wat je voor vorm wilt maken en tijdens het snijden intensief en geconcentreerd bezig te zijn.

Tot slot hierover nog dit: het is en blijft handwerk, dus niet elke vaas van dezelfde vorm is hetzelfde. Maar dit geldt natuurlijk niet alleen voor vazen, maar voor alle voorwerpen die met de hand gemaakt worden.


INVLOEDEN

Muziek, natuur, het leven van andere volken, beweging, dieren, lijnen, vormen, zijn onderwerpen van voortdurende studie. De kern, het wezenlijke van deze dingen interesseren hem bijzonder.

Muziek is zijn lust en zijn leven. Bijna elke dag is hij tvee uur achter de piano te vinden. Behalve muziek maken, beluistert hij veel. Tijdens het werk en tussendoor heeft hij vaak een plaatje opstaan. Dat muziek bij ons een grote rol speelt, kan je zien aan de enorme verzameling platen die de kast vult en de geluidsboxen in keuken, kamer en werkplaats.

Als je iets beoefent, heb je theorie nodig: terwijl Jan een stuk instudeert, moet hij zich ook in de muziektheorie verdiepen, zodat hij de compositie kan analyseren. Dan blijken algemene wetten van beweging en vorm in de muziek en die van beeldende kunst eender te zijn. Zo vindt hij in muziek elementen die zijn visie op zijn werk verdiepen en andersom; er vindt een wisselwerking plaats.

De muziek die voor hem wezenlijk is, die hij nodig heeft, is zeer verschillend: van de klassieken ( Haydn, Mozart en Beethoven ), de romantische Schubert, Chopin, Liszt, e.a. tot moderne muziek van Bartok, Stravinsky,e.d. en eigentijdse componisten.

Naast muziek zijn er nog andere dingen: al wandelend in de omgeving, al werkend in de tuin, beleeft hij de natuur op zijn best.

Getroffen door een samenspel van zon, blaadjes, bloemetjes en kleur, ervaart hij ook hier weer de compositie van lijnen en vormen.

Bewegingen van dieren, van dingen in de natuur, zijn een niet aflatende inspiratiebron. Vooral de laatste tijd, sinds hij in de tuin bezig is met het kveken van groente en fruit (onbespoten, biologische dynamisch natuurlijk), ontdekt hij weer het wonder van het leven.

Bemodderd en wel komt hij dan de keuken in om te vertellen dat hij tijdens het zaaien o.i.d. weer een leuk ideetje kreeg. Daar maakt hij dan schetsen van, waar niemand wijs uit kan behalve hij. Hij ziet het al helemaal voor zich hoe het moet worden, hij hoeft het 'alleen nog maar te maken'. Meestal zijn dit ideeën voor wandobjecten of staande objecten, omdat je daar meer ideeën in kwijt kan dan in gebruiksvoorwerpen. "Ideeën krijg je, door het gewone denken los te laten en te mijmeren. Je bent dan in een bepaalde stemming waardoor je al mijmerend ontvankelijk wordt voor vormen, lijnen, beweging. Je zet als het ware de deur open, en je kijkt wat er komt; kritiekloos. Maar dat kan alleen als je het normale denkproces stopt.

Als naar deze foto kijk, dan zie ik daar een hele compositie in. Dat zie ik alleen als ik vergeet uat de voorstelling van de foto is. Je moet er niet naar kijken alsof het een berg is met bomen en vogels (zoals deze foto voortelt), maar alsof het abstracte dingen zijn, met alleen vormen. Soms wordt een compositie van eerl foto beter als je het op zijn kop houdt."

Jan heeft een plakboek vol met foto's die hem inspireren. De plastieken die hij erin ziet, zijn geen preciese kopieën van de foto; uitgaande van de compositie van de foto verandert hij er dingen in, zodat het een andere samenstelling van lijnen en vormen wordt die hij in hout kan gaan realiseren. Dat zijn vooral foto's van dieren, natuurlandschappen of mensen.


RECENTE ONTWIKKELINGEN

Er is de laatste tijd steeds meer belangstelling voor kunst aan het komen. Niet alleen schijnen er ineens meer kunstenaars bijgekomen te zijn, ook is er meer belangstelling om kunst te kopen. De waardering voor kunst is gestegen, galeriën hebben veel klanten en schieten dan ook als paddestoelen uit de grond. Jammer genoeg zijn hier velen bij die het commerciële aspect belangrijker vinden dan het esthetische.

Er zijn nu meer mogelijkheden aan het komen om eigen kunst te verkopen. Waren er vroeger alleen galeriën en kunstmarkten, nu zijn er ook (kunst)beurzen, plaatsen in winkels waar je een soort expositie kunt houden, grote expositieruimten speciaal voor kunst waar je ook kan demonstreren. Door deze verschillende mogelijkheden om kunst 'aan de man te brengen', komen er ook meer kunstliefhebbers.

Ook voor het hout van Johannes Wilhelmus van Tol is meer belangstelling aan het komen, waardoor hij in staat wordt gesteld kunst te maken die individueler is, waarbij de rol van verkoopbaarheid steeds kleiner wordt.

De gebruiksvoorwerpen die hij eerst maakte om op kunstmarkten te verkopen, kan hij nu iets minder gaan maken. (Even voor de duidelijkheid: de spullen die hij maakt en die 'verkoopbaar' zijn, zijn daardoor nog niet minder kunstvoorwerpen. Maar aangezien het gebruiksvormen zijn, moeten ze aan bepaalde eisen voldoen, die maken dat je minder vrij bent.)

Hij kan nu wat meer plastieken gaan maken en dat doet hij dan ook. Pas heeft hij een klein object gemaakt, dat hij niet kon draaien, maar met de hand uit moest snijden. Dit laatste geeft veel meer mogelijkheden voor verschillende vormen, omdat deze niet langer rond en symmetrisch worden.

Zowel de kracht als de begrenzing van de draaitechniek is, dat de lijnen altijd rond zijn en dat ze ruimtelijk niet anders dan cylindrisch, bolvormig of konisch kunnen zijn.

Deze nieuwe uitdrukkingsmogelijkheid opent nieuwe wegen naar vrijere vorrnen en lijnen, waarbij de klassieke draaitechniek niet overboord gegooid zal worden, maar samen nieuwe mogelijkheden zich zal ontwikkelen.

Op de vraag of hij met iemand te vergelijken is, antwoordt hij: 'Omdat ik autodidact ben en niet uit het hout kom, ben ik niet beïnvloed door eventuele regels, gebruiken of vooroordelen. lk ging gewoon proberen. Het gevolg is dat ik daardoor technieken gebruik die weinig voorkomen.

Als autodidact kan je bij niemand met je problemen aankloppen. Je bent op je eigen vermogen tot improvisatie, je intuïtie, jezelf aangewezen. Je moet tot zelfstudie in staat zijn, zelfstandig kunnen onderzoeken. Geen kunstzinnige achtergrondt heeft als voordeel: eigen ideeën, persoonlijke opvattingen, niet gehinderd door modeverschijnselen, academische tendensen.

Als vormgever ben je kwetsbaar voor de buitenwereld, omdat je direct aan de voorwerpen kan zien, of de vorm en de techniek goed is. De vormbeheersing moet goed zijn, de technische vaardigheden moeten dit kunnen realiseren. Ideeën zijn leuk, maar hebben pas waarde als er een geslaagde vorm uit komt."

Door jarenlange beschouwingen van vormen is hij langzamerhand gekomen tot een eigen, tijdloze stijl, die sterk afhankelijk is van de verhoudingen van een vorm.

Naast de vorm is de keuze van het hout erg belangrijk. Hout is een karakteristiek materiaal, dat de vorm sterk beïnvloedt. Niet ieder stuk hout is geschikt voor een bepaalde vorm.

Dit heeft hij bestudeerd door vormstudies te maken van hout zonder tekening, dat kunnen zowel donkere soorten zijn als mahonie, ebbehout, e.d., en ook lichte soorten als essen, esdoorn. 'Hout zonder emotie', noemt Jan ze. Na deze voorstudie kan een combinatie gezocht worden met een bepaalde houtsoort.

Zelf zegt hij hierover: "Om ambacht tot kunst te verheffen is een loskoppeling van de techniek vereist. Hieraan vooraf gaat een voorstudie, losgedacht van het materiaal. De vorm verandert, om de invloed van de structuur van het hout mee te laten spreken.

Het resultaalt dat hierdoor ontstaat is een eigen wereld die niet extravagant is, maar als het ware 'ontdekt' doet worden.

Helaas heeft lang niet iedereen het vermogen om de waarde hiervan juist te schatten. Veel mensen vinden het wel mooi, maar ze zien de vormen niet, ze zien eerder het mooie hout en de gave afwerking.

Het gevolg hiervan is, dat in de praktijk een bepaald soort mensen deze voorwerpen appreciëren. Het gaat er bij kunst namelijk om de reactie van anderen. Al is iets nog zo mooi, als de ander er niet op kan reageren bestaat het voor hem niet. Hieruit volgt dat je voor subtiele vormen en subtiel materiaal, subtiele mensen nodig hebt. Dit is soms wel eens een probleem, want de hele maatschappelijke instelling is niet erg subtiel; het is meer kwantitatief ingesteld ('groot is mooi en veel is lekker', zei mijn goede vader altijd. (Ollie B.Bommel)).

Bewust kiezen moet echt geleerd worden, maar kan niet worden 'aan'geleerd. Pas als de mens zichzelf voldoende 'gevonden' heeft, kan hij onderzoeken wat zijn eigen reactie eigenlijk betekent. De voornaamste functie van het verstand is dan ook het 'zeven' en doordenken van het gevoel en de emoties. Dit is iets, wat elke goede kunstenaar in zijn werk probeert te realiseren en vaak ook realiseert. Hiervoor is nodig het zoveel mogelijk losmaken van iedere vorm van conditionering van de kunstenaar. Dit komt o.a. door beïnvloeding van school, media, mode, enz."

Op de vraag of hij iemand als voorbeeld heeft, antwoordt hij: "Niemand speciaal. Omdat ik in veel dingen ben geïnteresseerd, kijk ik naar veel verschillende dingen, raak ik geïnspireerd door verschillende dingen. Zo kan ik net zo goed op een idee komen door natuurvoorwerpen als door primitieve kunst, of muziek of dieren. Schilders van eeuven geleden kunnen mij net zo goed boeien als moderne schilders, beeldhouwers."

Tot slot kan ik nog vermelden dat hij naast bovengenoemde dingen als kunst, natuur, voorwerpen met beweging, ook erg in filosofie geïnterresseerd is. Filosofie van het Westen, maar ook Oosterse filosofiën. Hij werd in zijn leven sterk geïnspireerd door de geestelijke lering van de Orde der Verdraagzamen.